Elke klinisch psycholoog een elektronisch patiëntendossier: een stap vooruit of een noodzakelijk kwaad?
Dit artikel onderzoekt kritisch de invoering van elektronische patiëntendossiers (EPD) in de klinische psychologie. Er wordt gereflecteerd op de voor- en nadelen voor psychologen en patiënten, en op de beleidsmatige context.
Samenvatting
Met de inwerkingtreding van de Wet op de geestelijke gezondheidszorgberoepen in 2016 werden Belgische klinisch psychologen officieel erkend als autonome zorgverstrekkers en daarmee ook onderworpen aan de wettelijke verplichting om per cliënt een zorgvuldig opgesteld en veilig bewaard patiëntendossier bij te houden. Tegelijkertijd zet het bredere gezondheidsbeleid steeds sterker in op digitalisering en op het gebruik van elektronische patiëntendossiers (EPD’s). Hoewel psychologen in grotere organisaties vaak al enige ervaring hebben met EPD’s, blijft er bij zelfstandige klinisch psychologen veel onduidelijkheid bestaan over de betekenis, vereisten en implementatie ervan. Deze bijdrage wil die leemte helpen opvullen door een algemeen oriënterend kader te bieden voor het elektronisch patiëntendossier binnen de ambulante klinisch-psychologische praktijk. Daarbij wordt aandacht besteed aan de aard en functie van het patiëntendossier, aan de diversiteit en eigenheid van het psychologenberoep, en aan de relevante deontologische en wettelijke kaders. Daarnaast bespreekt de tekst belangrijke aandachtspunten en uitdagingen met betrekking tot de softwarematige basisvereisten van een EPD. Het doel is niet om klinisch psychologen tot technische experts op te leiden, maar om hen voldoende inzicht te geven in wat de implementatie van een EPD inhoudt en hen te stimuleren om hiermee doordacht aan de slag te gaan.
Referentie
Vranken, E., Verhaegen, D., Excelmans, E., Cobbaert, J., & Van Daele, T. (2018). Elke klinisch psycholoog een elektronisch patiëntendossier: een stap vooruit of een noodzakelijk kwaad? Tijdschrift Klinische Psychologie, 48(1), 52-61.