Methoden en technieken van gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen


gedragstherapieRuim tien jaar na de eerste editie van ‘Methoden en technieken van gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen’ deed in 2011 de tweede, herwerkte editie haar intrede. Op het eerste zicht waren er weinig verrassingen: de structuur van het boek is grotendeels bewaard gebleven en ook de oorspronkelijke redactie tekende terug present met Prof. dr. Pier Prins en Dr. Joop Bosch. Dat de structuur van het boek weinig veranderd is, wil echter niet zeggen dat dit voor al de rest ook geldt. Er is een derde redacteur aangetrokken, Prof. dr. Caroline Breaet (UGent), een aantal nieuwe hoofdstukken zijn toegevoegd en de literatuur is grondig geüpdatet. De verschillende auteurs die een bijdrage leveren zijn overwegend Nederlands, al zijn er ook bijdrages te lezen van onze eigen Prof. dr Guy Bomans (Onderzoeksgroep Gezins- en Orthopedagogie) en Prof. dr. Nady van Broeck (Onderzoeksgroep Klinische Psychologie).

Synthese en zelfkritiek
Een goede start voor een overzichtswerk is om het te situeren in de ruimere context en dat doen de auteurs dan ook. Hoofdstuk 1 is gewijd aan de geschiedenis van de gedragstherapie, waarbij er specifieke aandacht is voor kinderen en jongeren. Een stuk theoretischer gaat het eraan toe in hoofdstuk 2, wanneer gedragsassessment en probleemanalyses worden besproken. Wanneer ze de methodieken binnen de tweede generatie gedragstherapie bespreken, nemen de auteurs hier expliciet een neutrale middenpositie in. Ze maken namelijk een interessante synthese tussen het denken van Hermans, Eelen en Orlemans (2007) die een hele sterke focus leggen op het gebruik van de holistische theorie en dat van Korrelboom en Ten Broeke (2002) die een meer cognitieve invalshoek hanteren, waarbij de betekenisanalyse primeert en de holistische theorie meer op de achtergrond komt te staan. Na de theorie volgt natuurlijk ook de praktijk, met hoofdstukken die aandacht besteden aan de rol die gedragstherapie bij kinderen en jongeren kan opnemen in de context van operante conditionering, angst, sociale vaardigheden en duurzame gedragsverandering. Daarnaast is er aandacht voor speltechnieken en een hoofdstuk specifiek gericht op adolescenten. Ook het samenspel met farmacotherapie wordt niet geschuwd en de derde generatie generatie gedragstherapiën komen aan bod. Ten slotte wordt de positie binnen evidence-based werken en denken besproken, waarin de zelfkritiek niet wordt geschuwd en er geconludeerd wordt “dat ons instrumentarium betrekkelijk licht is en er nog veel werk moet worden verzet”.

Gericht lezen
Een boek als dat van Prins, Bosch en Braet is heel lijvig. Tweehonderdtweeënzeventig pagina’s lees je niet even snel op een avondje door en zelfs als je er tijd voor uittrekt, kan dat best nog even duren. Niettemin is dat geen slecht idee: als heropfrissing van eerdere kennis, of als een eerste kennismaking met cognitieve gedragstherapie.  Wie de tijd echter niet heeft maar met specifieke vragen zit, zal zeker ook zijn of haar gading vinden. Als je alles even opnieuw wil kaderen, kan je terecht in het tweede hoofdstuk om daarna naar keuze te selecteren uit het diverse aanbod aan thema’s. Die thema’s zijn ook heel concreet toegepast op de doelgroep. Verwacht je dan ook niet aan een doordrukje van een overzichtswerk voor volwassenen, waar ‘de volwassene’ systematisch is vervangen door ‘het kind’ of ‘de adolescent’. Juist de heel specifieke illustraties en casussen maken het boek ook boeiend en bruikbaar voor de praktijk. Zo kom je in het hoofdstuk over angst bijvoorbeeld een prachtige variant van progressieve relaxatie voor kinderen tegen (geïnspireerd door King et al., 1988). Dergelijke oefeningen en praktische bedenkingen komen doorheen het boek voor en worden daarbij aangeduid aan de hand van donkergrijze kaders met vermelding van het woord‘box’. Ook casussen worden in donkergrijze kaders gepresenteerd en af en toe passeren een aantal relevante figuren de revue. Hoewel deze allemaal een belangrijk deel uitmaken van het boek en telkens duidelijk in het oog springen, vormen ze niet de hoofdfocus. Het boek lijkt dan ook eerder vooral het breder theoretisch kader te benadrukken en wil niet zomaar wat technieken aanreiken die een kant-en-klare oplossing bieden (alsof die al zouden bestaan). Lijkt een bepaalde techniek je heel interessant, maar laten de voorbeelden in het boek je wat op je honger zitten, kan je altijd meer informatie terugvinden in de referentielijst. Elke aangehaalde methodiek wordt namelijk duidelijk gesitueerd in het ruimer kader en er wordt ook telkens naar de oorspronkelijke publicatie gerefereerd.

Up to date overzichtswerk
Wie op zoek is naar een werkboek om heel concreet materiaal uit te puren om aan de slag te gaan, zal hier dan ook niet zijn gading vinden. Ben je echter op zoek naar een heel volledig overzichtswerk, waarin courante en up to date technieken en methoden toegelicht worden en helder ingebed in hun ruimer theoretisch kader, dan ben je zeker aan het juiste adres.

Meer lezen? Methoden en technieken van gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen. P.J.M Prins, J.D. Bosch, & C. Braet (red.). Bohn Stafleu van Loghum. ISBN 9789031389742.

Geactualiseerde versie (hier niet besproken): Methoden en technieken van gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen.  .J.M Prins, J.D. Bosch, & C. Braet (red.). Bohn Stafleu van Loghum. ISBN 9789036819718

Gezinstherapie in praktijk. Over ontmoeting, proces en context

Tien jaar na het succes van ‘Samen in therapie’ komt Peter Rober opnieuw met een boek over gezinstherapie.  De vele commentaar en feedback die het eerste werk ontlokte, vormden hiervoor de basis. Enerzijds heeft de auteur nog steeds aandacht voor de unieke momenten en processen die plaatsvinden in de dagdagelijkse therapie, maar anderzijds gaat hij ook een stapje verder door een aantal werkwijzen stap voor stap te beschrijven.

Verrassende start
Wie met die achtergrond het boek begint te lezen, komt in eerste instantie misschien voor een verrassing te staan. De voorbeschouwing leest namelijk als een moderne parabel die stilstaat bij verderf en verval van de maatschappij aan het begin van de twintigste eeuw. Ook de geestelijke gezondheidszorg ontsnapt hier niet aan: marktdenken, meetlust en de managersaanpak maken de situatie zowel voor therapeuten als patiënten onhoudbaar. Wat waarschijnlijk ’thought-provoking’ bedoeld is, lijkt zowat het enige moment te zijn – naast de gelijkaardige teneur van de algemene conclusie van het boek –  waarop de auteur wat uit de bocht gaat en vrij eenzijdig en minder genuanceerd schrijft. Die polemische aanpak, waarin de hedendaagse (psychotherapeutische) cultuur een pandoering krijgt, staal in schril contrast tot de rest van het boek, dat eigenlijk een intiem kennismaking aanbiedt van de gezinstherapie in al haar aspecten.

Drie delen met een gevarieerd aanbod
Zoals de titel al aangeeft, is het boek gestructureerd in drie grote delen: de ontmoeting, het proces en de context. In het eerste deel is deze ontmoeting dubbel: de lezer maakt kennis met gezinstherapie en hiervoor gebruik Rober handig de eerste sessie, de eigenlijke ontmoeting. Dit wordt eerst vooral geïllustreerd aan de hand van verschillende uitgeschreven cases, maar daarna volgt er ook heel wat theorie. Zo komen de verschillende dynamieken aan bod die in gezinstherapie spelen en worden er specifieke therapeutische interventies toegelicht. Daarnaast wordt er ook stilgestaan bij effectiviteit: wat werkt? Dat concepten als therapeutische alliantie of het dodo bird verdict hier ter sprake komen, mag geen verrassing zijn. In het tweede deel wordt de focus verlegt en komt de therapeut expliciet in de spotlight: zo wordt er hier stil gestaan bij het innerlijke gesprek van de therapeut en illustreert Rober heel concreet hoe een therapeut de eigen beleving als therapeutisch instrument kan aanwenden. Het derde en laatste deel, de context, ligt nog steeds in de lijn van de voorgaande delen, maar hier is ook meer ruimte voor sociologische en filosofische bedenkingen zoals over therapeutisering, de koloniserende positionering van de therapeut en interculturele gezinstherapie.

Vol vaart
De mix van theorie, cases en wat filosofie maken dat het boek vlot leest. De auteur is erin geslaagd een mooi evenwicht tussen deze componenten te  vinden. Cases zorgen voor wat vaart en worden vervolgens breder gekaderd in de recente theorie: vrees hierbij niet voor referenties van ettelijke decennia terug, maar verwacht je zeker ook aan heel recente onderzoeksevidentie, zelf van het afgelopen jaar.  Verder loopt er een duidelijke rode lijn door het boek, zodat je als lezer elk onderdeel steeds binnen het groter geheel weet te kaderen. Dat groter geheel is heel homogeen, op de ogenschijnlijk licht valse noot bij aanvang (en in de conclusie) na. Ik kan helaas niet spreken voor ervaren gezinstherapeuten, maar wie echter interesse heeft in gezinstherapie en een toegankelijk werk hierrond wil lezen, moet niet aarzelen om  ‘Gezinstherapie in praktijk’ in huis te halen.

Meer lezen? Gezinstherapie in prakijtk. Over onmoeting, proces en context. Peter Rober. Uitgeverij Acco. ISBN 9789033488214.