Tom kan veel beter. Omgaan met schools uitstelgedrag

tomkanveelbeter

Iedereen stelt wel eens uit: we hebben allemaal een aantal taken die we minder graag doen en soms is het makkelijker om die simpelweg te laten liggen, dan om  deze meteen aan te pakken. Scholieren zijn op dat gebied niet anders. Als we terugdenken aan onze eigen jeugd, dan kan iedereen wel een opdracht of een test voor de geest halen waarbij we besloten om “eerst nog even de broodnodige ontspanning” te nemen, vooraleer we aan de slag gingen … als we al aan de slag gingen. Bij sommige jongeren neemt uitstelgedrag te grote proporties aan: ouders, leerkrachten en vaak ook de jongeren zelf zitten met de handen in het haar en weten niet meer van welk hout pijlen te maken. In zo’n gevallen wordt er soms voor studiebegeleiding gekozen. Ingrid Verhaegen, zelf al 25 jaar lerares Engels en Nederlands, studiebegeleidster – en een bekeerd uitsteller –  deelt in dit handboek haar uitgebreide ervaring en licht do’s en don’ts to in het omgaan met schools uitstelgedrag.

Lijvig
Uitgebreid is hierbij de juiste woordkeuze: het boek telt dan wel 261 goedgevulde bladzijden, oorspronkelijk waren dat er zelfs zowat 500. Bij de  uiteindelijke samenstelling is de verstandige beslissing genomen om een selectie te maken en minder essentiële – maar daarom niet minder interessante – passages beschikbaar te stellen via de website van de uitgever. Het boek zelf is opgebouwd in acht grote delen. Eerst licht de auteur haar eigen verhaal toe en introduceert ze twintig casestudies, semi-fictieve personages die meestal gebaseerd zijn op een aantal verschillende leerlingen die doorheen het boek terugkomen. Daarna wordt er stilgestaan bij wat uitstelgedrag precies is en worden een aantal basisopvattingen (en misvattingen) rond studie belicht. Daarna zijn er twee specifieke hoofdstukken die zich enerzijds richten op ouders en anderzijds op scholen en leerkrachten. Ten slotte wordt er nog meer gefocust op techniek, meerbepaald hoe neutrale gesprekken te voeren over studie en hoe concreet met studiebegeleiding  aan de slag te gaan. Het achtste en laatste hoofdstuk bevat een aantal nabeschouwingen.

Onderwijzend
Dat de auteur een leerkrachte is, valt zeker ook te merken aan het boek. Ze herhaalt de hoofgedachten frequent, geeft occasioneel (huiswerk)opdrachten aan de lezer en werkt met heel veel voorbeelden om haar gedachtegangen inzichtelijk te maken. Het meest kenmerkend is echter de schrijfstijl: de lezer wordt geregeld persoonlijk aangesproken. Je krijgt dan ook niet het gevoel dat je zomaar een boek aan het lezen bent, nee, de auteur vertelt je haar eigen verhaal, daagt je uit, deelt haar kritische bedenkingen, en soms ook haar eigen onzekerheden. Geen alwetende auteur dus: de eigen zwaktes of tekortkomingen komen heel openhartig aan bod. Zo worden psychologen en pedagogen expliciet aangesproken wanneer de auteur stelt dat ze dit boek geschreven heeft vanuit de praktijk, naar ons gevoel “misschien iets te veel geschilder met de grove borstel”. Herhaaldelijk komt ook de oproep terug dat iemand met meer theoretische kennis rond dit onderwerp haar ervaringen zeker mag duiden. Ergens is het wel spijtig dat het bij een oproep blijft en dat er naar aanleiding van dit boek geen concrete stappen zijn ondernomen om zo iemand wat nauwer te betrokken. Er moet namelijk veel worden verteld en soms heb je als lezer het gevoel dat het wat moeilijk werd om alles nog inzichtelijk te houden en gestructureerd te krijgen. Iets meer vertrekken vanuit een theoretisch kader had misschien dan ook wat houvast kunnen bieden.

Common-sense & no-nonsense
Dit boek staat vol praktijkkennis en getuigt van jarenlange expertise, zorgvuldig gedocumenteerd en in een visie gegoten. Een mooi praktijkvoorbeeld als inspiratiebron voor theoretici, maar ook voor professionals en leken die in aanraking komen met schools uitstelgedrag. Soms mist het boek wat theoretische diepgang, maar de common-sense en no-nonsense aanpak in dit boek heeft zeker zijn verdienste. In dit handboek wordt ten slotte ook frequent naar verwezen naar een werkboek, om samen met de visie die uiteengezet wordt in dit handboek echt mee aan de slag te gaan. Dit werkboek is momenteel nog niet beschikbaar, maar lijkt een belangrijke  – en misschien zelfs essentiële component – om woorden ook om te zetten in daden en uitstelgedrag succesvol aan te pakken. Iets om naar uit te kijken!

Meer lezen? Tom kan veel beter. Omgaan met schools uitstelgedrag.  Ingrid Verhaegen. Acco Uitgeverij. ISBN: 9789033489983.

Gezinstherapie in praktijk. Over ontmoeting, proces en context

Tien jaar na het succes van ‘Samen in therapie’ komt Peter Rober opnieuw met een boek over gezinstherapie.  De vele commentaar en feedback die het eerste werk ontlokte, vormden hiervoor de basis. Enerzijds heeft de auteur nog steeds aandacht voor de unieke momenten en processen die plaatsvinden in de dagdagelijkse therapie, maar anderzijds gaat hij ook een stapje verder door een aantal werkwijzen stap voor stap te beschrijven.

Verrassende start
Wie met die achtergrond het boek begint te lezen, komt in eerste instantie misschien voor een verrassing te staan. De voorbeschouwing leest namelijk als een moderne parabel die stilstaat bij verderf en verval van de maatschappij aan het begin van de twintigste eeuw. Ook de geestelijke gezondheidszorg ontsnapt hier niet aan: marktdenken, meetlust en de managersaanpak maken de situatie zowel voor therapeuten als patiënten onhoudbaar. Wat waarschijnlijk ’thought-provoking’ bedoeld is, lijkt zowat het enige moment te zijn – naast de gelijkaardige teneur van de algemene conclusie van het boek –  waarop de auteur wat uit de bocht gaat en vrij eenzijdig en minder genuanceerd schrijft. Die polemische aanpak, waarin de hedendaagse (psychotherapeutische) cultuur een pandoering krijgt, staal in schril contrast tot de rest van het boek, dat eigenlijk een intiem kennismaking aanbiedt van de gezinstherapie in al haar aspecten.

Drie delen met een gevarieerd aanbod
Zoals de titel al aangeeft, is het boek gestructureerd in drie grote delen: de ontmoeting, het proces en de context. In het eerste deel is deze ontmoeting dubbel: de lezer maakt kennis met gezinstherapie en hiervoor gebruik Rober handig de eerste sessie, de eigenlijke ontmoeting. Dit wordt eerst vooral geïllustreerd aan de hand van verschillende uitgeschreven cases, maar daarna volgt er ook heel wat theorie. Zo komen de verschillende dynamieken aan bod die in gezinstherapie spelen en worden er specifieke therapeutische interventies toegelicht. Daarnaast wordt er ook stilgestaan bij effectiviteit: wat werkt? Dat concepten als therapeutische alliantie of het dodo bird verdict hier ter sprake komen, mag geen verrassing zijn. In het tweede deel wordt de focus verlegt en komt de therapeut expliciet in de spotlight: zo wordt er hier stil gestaan bij het innerlijke gesprek van de therapeut en illustreert Rober heel concreet hoe een therapeut de eigen beleving als therapeutisch instrument kan aanwenden. Het derde en laatste deel, de context, ligt nog steeds in de lijn van de voorgaande delen, maar hier is ook meer ruimte voor sociologische en filosofische bedenkingen zoals over therapeutisering, de koloniserende positionering van de therapeut en interculturele gezinstherapie.

Vol vaart
De mix van theorie, cases en wat filosofie maken dat het boek vlot leest. De auteur is erin geslaagd een mooi evenwicht tussen deze componenten te  vinden. Cases zorgen voor wat vaart en worden vervolgens breder gekaderd in de recente theorie: vrees hierbij niet voor referenties van ettelijke decennia terug, maar verwacht je zeker ook aan heel recente onderzoeksevidentie, zelf van het afgelopen jaar.  Verder loopt er een duidelijke rode lijn door het boek, zodat je als lezer elk onderdeel steeds binnen het groter geheel weet te kaderen. Dat groter geheel is heel homogeen, op de ogenschijnlijk licht valse noot bij aanvang (en in de conclusie) na. Ik kan helaas niet spreken voor ervaren gezinstherapeuten, maar wie echter interesse heeft in gezinstherapie en een toegankelijk werk hierrond wil lezen, moet niet aarzelen om  ‘Gezinstherapie in praktijk’ in huis te halen.

Meer lezen? Gezinstherapie in prakijtk. Over onmoeting, proces en context. Peter Rober. Uitgeverij Acco. ISBN 9789033488214.