Handboek online hulpverlening. Met internet Zorg en Welzijn verbeteren

hoh managementIn 2010 verscheen het Handboek online hulpverlening. Het had toen als doel om een helder beeld te schetsen van het concept ‘online hulpverlening’ en hoe een organisatie in de gezondheidszorg dit stap voor stap kan uitbouwen. Met de tijd verandert namelijk alles, ook (of misschien zelfs zeker) online hulpverlening. Eind 2013 verscheen dan ook een geheel herziene druk: geschreven door 12 experts ter zake, opnieuw onder de redactie van Frank Schalken.

Meervoud
Wat meteen opvalt is dat het niet meer om één handboek, maar om twee handboeken gaat: er is namelijk zowel een management-, als een onderwijseditie. De eerste richt zich op hulpverleners die online aan de slag willen of organisaties die een online hulpaanbod willen (door)ontwikkelen, de tweede focust eerder op studenten die zich oriënteren op online hulpverlening of onderwijsinstellingen die hun aanbod willen uitbreiden verbeteren. Wie beide versies vergelijkt, merkt echter dat deze sterk gelijk lopen. De managementeditie mag dan wel een duurdere hardcover zijn en de onderwijseditie een goedkopere softcover, inhoudelijk zijn beide versies nagenoeg identiek. De managementeditie bestaat uit drie delen: oriëntatie, voorbereiding en organisatie en uitvoering; de onderwijseditie moet het enkel zonder het tweede deel, voorbereiding, stellen. Hoewel er op de cover sprake is van extra ondersteunend materiaal online, blijkt dit zich echter te beperken tot een enkel PDF-document met printscreens van de aangehaalde websites en bijhorende links.

Onderbouwd & genuaceerd enthousiasme
Voor de focus op de eigenlijke inhoud, wordt de meest uitgebreide versie, de managementeditie als vertrekpunt genomen. Deel 1 vangt aan met een ruime oriëntatie. Het concept online hulpverlening wordt grondig geïntroduceerd en ook de ruimere context wordt uit de doeken gedaan: eerst wordt er stilgestaan bij de veranderde maatschappij, digitalisering en toenemende online (inter)actie. Vervolgens wordt over gegaan naar de effectiviteit van online initiatieven: wat is er geweten rond de werkzaamheid? Verder worden de mogelijke reden om voor een online hulpaanbod te kiezen en de mogelijke motivaties om online hulpverlening in het reguliere aanbod te integreren belicht. Ten slotte  staan de auteurs ook stil bij de verschillende types online hulpvormen. Je hoeft hierbij niet te vrezen voor een eenzijdige, jubelende aanpak: er is hierbij voldoende ruimte voor nuances, voor- en nadelen en wetenschappelijke onderbouwing.

Deel 2, voorbereiding en organisatie, is eerder technisch, maar nog steeds dicht bij huis voor psychologen: hoe online hulp implementeren, een hulpverleningsconcept ontwikkelen en interactie vormen inrichten. Ook het schrijven van aangepaste teksten, optimale manieren om de doelgroep te bereiken en zelfs recht (al gaat het hier om de Nederlandse situatie – en is de pure letter van de wet minder interessant voor Vlaanderen) kunnen nog enigszins vertrouwd zijn. Techniek en veiligheid, de laatste twee bijdrages, zijn waarschijnlijk dan weer wel buiten de comfortortzone. Deze zijn echter niet alleen nuttig, maar ook heel begrijpelijk geduid.

Deel 3, het laatste deel, staat stil bij de uitvoering en stelt praktische ervaring, de ‘hands-on’ centraal: het belicht de specifieke skills die nodig zijn om synchroon en asynchroon online te communiceren, online hulpverlening wordt afgezet tegenover face to face (met zowel gelijkenissen als verschillen) en een laatste bijdrage staat stil bij de kwaliteit van de hulpverlening: hoe dit garanderen op het niveau van de professional (met de eigenschappen van de competente online hulpverelener), maar ook vanuit de organisatie (eigenschappen van de competente leidinggevende).

Up to date overzichtswerk
Een rode draad doorheen het boek is de nadruk op het feit dat online hulpverlening ondertussen niet (meer) zomaar een apart kanaal is dat laagdrempelige zorg promoot, maar dat het kan worden verweven met reguliere zorg. Deze (subtiele) shift in focus lijkt de juiste richting voor een boek dat opnieuw goed afgestemd is op wat er binnen online hulp leeft. Het is dan ook een volledig naslagwerk, een synthese en state of the art van het huidige landschap van de online hulpverlening. Het handboek werd met veel zorg samengesteld, waardoor het een vlotte leeservaring garandeert en zowel relevant is voor wie momenteel al vertrouwd is met het domein, als voor de professional die het nog maar net leert kennen.

Meer lezen? Handboek online hulpverlening. Met internet Zorg en Welzijn verbeteren. Bohn Stafleu van Loghum. ISBN: 9789036803748 (Managementeditie) & 9789036803762 (Onderwijseditie).

Dit artikel is ook verschenen in Psychologos. Download het hier in de originele lay-out.

Methoden en technieken van gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen


gedragstherapieRuim tien jaar na de eerste editie van ‘Methoden en technieken van gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen’ deed in 2011 de tweede, herwerkte editie haar intrede. Op het eerste zicht waren er weinig verrassingen: de structuur van het boek is grotendeels bewaard gebleven en ook de oorspronkelijke redactie tekende terug present met Prof. dr. Pier Prins en Dr. Joop Bosch. Dat de structuur van het boek weinig veranderd is, wil echter niet zeggen dat dit voor al de rest ook geldt. Er is een derde redacteur aangetrokken, Prof. dr. Caroline Breaet (UGent), een aantal nieuwe hoofdstukken zijn toegevoegd en de literatuur is grondig geüpdatet. De verschillende auteurs die een bijdrage leveren zijn overwegend Nederlands, al zijn er ook bijdrages te lezen van onze eigen Prof. dr Guy Bomans (Onderzoeksgroep Gezins- en Orthopedagogie) en Prof. dr. Nady van Broeck (Onderzoeksgroep Klinische Psychologie).

Synthese en zelfkritiek
Een goede start voor een overzichtswerk is om het te situeren in de ruimere context en dat doen de auteurs dan ook. Hoofdstuk 1 is gewijd aan de geschiedenis van de gedragstherapie, waarbij er specifieke aandacht is voor kinderen en jongeren. Een stuk theoretischer gaat het eraan toe in hoofdstuk 2, wanneer gedragsassessment en probleemanalyses worden besproken. Wanneer ze de methodieken binnen de tweede generatie gedragstherapie bespreken, nemen de auteurs hier expliciet een neutrale middenpositie in. Ze maken namelijk een interessante synthese tussen het denken van Hermans, Eelen en Orlemans (2007) die een hele sterke focus leggen op het gebruik van de holistische theorie en dat van Korrelboom en Ten Broeke (2002) die een meer cognitieve invalshoek hanteren, waarbij de betekenisanalyse primeert en de holistische theorie meer op de achtergrond komt te staan. Na de theorie volgt natuurlijk ook de praktijk, met hoofdstukken die aandacht besteden aan de rol die gedragstherapie bij kinderen en jongeren kan opnemen in de context van operante conditionering, angst, sociale vaardigheden en duurzame gedragsverandering. Daarnaast is er aandacht voor speltechnieken en een hoofdstuk specifiek gericht op adolescenten. Ook het samenspel met farmacotherapie wordt niet geschuwd en de derde generatie generatie gedragstherapiën komen aan bod. Ten slotte wordt de positie binnen evidence-based werken en denken besproken, waarin de zelfkritiek niet wordt geschuwd en er geconludeerd wordt “dat ons instrumentarium betrekkelijk licht is en er nog veel werk moet worden verzet”.

Gericht lezen
Een boek als dat van Prins, Bosch en Braet is heel lijvig. Tweehonderdtweeënzeventig pagina’s lees je niet even snel op een avondje door en zelfs als je er tijd voor uittrekt, kan dat best nog even duren. Niettemin is dat geen slecht idee: als heropfrissing van eerdere kennis, of als een eerste kennismaking met cognitieve gedragstherapie.  Wie de tijd echter niet heeft maar met specifieke vragen zit, zal zeker ook zijn of haar gading vinden. Als je alles even opnieuw wil kaderen, kan je terecht in het tweede hoofdstuk om daarna naar keuze te selecteren uit het diverse aanbod aan thema’s. Die thema’s zijn ook heel concreet toegepast op de doelgroep. Verwacht je dan ook niet aan een doordrukje van een overzichtswerk voor volwassenen, waar ‘de volwassene’ systematisch is vervangen door ‘het kind’ of ‘de adolescent’. Juist de heel specifieke illustraties en casussen maken het boek ook boeiend en bruikbaar voor de praktijk. Zo kom je in het hoofdstuk over angst bijvoorbeeld een prachtige variant van progressieve relaxatie voor kinderen tegen (geïnspireerd door King et al., 1988). Dergelijke oefeningen en praktische bedenkingen komen doorheen het boek voor en worden daarbij aangeduid aan de hand van donkergrijze kaders met vermelding van het woord‘box’. Ook casussen worden in donkergrijze kaders gepresenteerd en af en toe passeren een aantal relevante figuren de revue. Hoewel deze allemaal een belangrijk deel uitmaken van het boek en telkens duidelijk in het oog springen, vormen ze niet de hoofdfocus. Het boek lijkt dan ook eerder vooral het breder theoretisch kader te benadrukken en wil niet zomaar wat technieken aanreiken die een kant-en-klare oplossing bieden (alsof die al zouden bestaan). Lijkt een bepaalde techniek je heel interessant, maar laten de voorbeelden in het boek je wat op je honger zitten, kan je altijd meer informatie terugvinden in de referentielijst. Elke aangehaalde methodiek wordt namelijk duidelijk gesitueerd in het ruimer kader en er wordt ook telkens naar de oorspronkelijke publicatie gerefereerd.

Up to date overzichtswerk
Wie op zoek is naar een werkboek om heel concreet materiaal uit te puren om aan de slag te gaan, zal hier dan ook niet zijn gading vinden. Ben je echter op zoek naar een heel volledig overzichtswerk, waarin courante en up to date technieken en methoden toegelicht worden en helder ingebed in hun ruimer theoretisch kader, dan ben je zeker aan het juiste adres.

Meer lezen? Methoden en technieken van gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen. P.J.M Prins, J.D. Bosch, & C. Braet (red.). Bohn Stafleu van Loghum. ISBN 9789031389742.

Geactualiseerde versie (hier niet besproken): Methoden en technieken van gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen.  .J.M Prins, J.D. Bosch, & C. Braet (red.). Bohn Stafleu van Loghum. ISBN 9789036819718