Vinger aan de pols in psychotherapie. Monitoring als therapeutische methodiek.

Een groot aantal psychotherapeuten krijgt de koude rillingen wanneer ze de term ‘evidence-based’, RCTs of (routine) outcome management horen. In een maatschappij die hier echter steeds meer belang aan hecht, ontsnapt ook de psychotherapie niet aan de eisen van kwalitatieve en kosteneffectieve hulp. Deze vraag is natuurlijk terecht: net als voor de rest van de maatschappij is het ook aan de geestelijke gezondheidszorg om met beperkte middelen zo goed mogelijk werk te leveren. Waar men wel over kan discussiëren, is wat men als indicatie moet gebruiken voor kwalitatieve hulp. Meestal is er een exclusieve aandacht voor het eindresultaat en belandt het behandelproces zelf in de marge. Nochtans kan het actief monitoren en bijsturen van een behandeling heel waardevol zijn, vooral bij de patiënten die weinig vooruitgang maken of die niet reageren zoals verwacht op een ‘standaardbehandeling’. Dit boek licht daarom de QIT online toe, een Leuvens monitoringinstrument. Hierbij wordt niet alleen stilgestaan bij monitoring als een onderzoeksmethodiek, maar vooral op de therapeutische toepassing ervan.

Van theorie naar praktijk
Het boek omvat vijf grote delen. In het eerste deel wordt er uitvoerig aandacht besteed aan de theoretische kadering van de QIT online. Deel twee focust eerder op hoe je als therapeut monitoring kan introduceren in je praktijk als techniek om het therapietraject op te volgen en zo nodig bij te sturen. Deel drie toont vervolgens enkele uitgewerkte voorbeelden, ondermeer bij kortdurende ambulante psychotherapie en in relatie- en gezinstherapie. Het vierde deel staat daarna stil bij een aantal specifieke, meer uitdagende contexten voor monitoring, zoals in het kader van groepstraining voor dader van partnergeweld en in een ouderenpsychiatrische setting. Het vijfde en laatste deel staat ten slotte stil bij de ethische en maatschappelijke beschouwingen rond dit alles.

Helder & met een rode draad
Hoewel er meer dan een dozijn auteurs een bijdrage leveren, lijkt iedereen heel goed op elkaar afgestemd. Er is een duidelijke rode draad en het boek leest dan ook erg vlot. De brede theoretische kadering is een goede introductie voor wie weinig achtergrond heeft. Ook voor wie wel al vertrouwd is met instrumenten zoals de OQ-45, WAV-12 of de Change questionnaire is het echter leuk om de heldere toelichtingen door te nemen, gezien goede (Nederlandstalige) literatuur tot op heden schaars was. Verderop in het boek maken de auteurs gebruik van diverse elementen om het leestempo hoog te houden en voldoende variatie te voorzien voor de lezer. Transcripten van gesprekken, foto’s van therapiecontexten, figuren en grafieken, tabellen … het hele gamma passeert de revue. De verschillende casestudies die de toepassing van monitoring  illustreren, maken dat je als lezer echt meegaat in de denkwijze van de auteurs en je concreet kan voorstellen hoe je monitoring in de klinische praktijk kan toepassen.

Een heel aangename verrassing is het laatste deel, de ethische en maatschappij reflecties over monitoring. Wie vooral op zoek is naar praktische informatie, kan misschien geneigd zijn om dit over te slaan wegens ‘niet toegepast’ genoeg. De visies van Walter Krikilion, Peter Rober en Paul Verhaeghe zijn echter enkele van de meest interessante passages in het boek voor wie ook openstaat voor een meer filosofische discussie. Grondig onderbouwd, maar wel behoorlijk polemisch – je hoeft mijns inziens zeker niet met alle argumenten akkoord te gaan – gebruiken de auteurs monitoring als aangrijppunt om een aantal maatschappelijke tendensen inzake kwaliteitsbevordering in de geestelijke gezondheidszorg en psychotherapie in de context van het marktmodel aan de kaak te stellen.

Handleiding en inspiratiebron
Concluderend is dit boek heel interessante lectuur voor wie meer zicht wil krijgen op monitoring in psychotherapie. Natuurlijk is het hele boek wel opgebouwd rond één monitoringsprotocol en word je wel in het duister gelaten over andere initiatieven. Het doel van het boek is dan ook tot op zeker niveau om de lezer de voordelen van monitoring– en meer specifiek die van de QIT online – toe te lichten. Wie hier wat weigerachtig tegenover staat hoeft echter niet te vrezen. De uitgebreide illustraties en ruime duiding maken dat dit boek zeker ook kan helpen in het bijspijkeren van je algemene kennis over monitoring of dat het als inspiratie kan bieden om er gewoon zelf mee aan de slag te gaan.

Meer lezen? Vinger aan de pols in psychotherapie. Monitoring als therapeutische methodiek. Acco Uitgeverij. ISBN  9789033488207.

Dit artikel is ook verschenen in Psychologos. Download het hier in de originele lay-out.

De schatkist van de therapeut. Oefeningen en strategieën voor de praktijk.

De gelukkige vinder van een schatkist weet meestal niet wat hij er in zal aantreffen. Het boek van Monica Gundrum en Nele Stinckens geeft op de kaft echter al een kleine hint: hun schatkist van de therapeut zou oefeningen en strategieën voor de praktijk bevatten. De cover oogt in elk geval aantrekkelijk, de eigenlijke lay-out boeit minder. Wie even door het boek bladert, ziet voornamelijk tekst, met her en der een waas van licht oranje: weinig uitnodigend. Maar schijn bedriegt. Er is slechts één manier om te weten of dat hier het geval is en dat is: lezen!

Boordevol …
In de inleiding schetsen de auteurs hun motivatie voor het samenstellen van dit boek en verduidelijken ze de inhoud. Bijna vijftig professionals bieden de lezer inzicht in de methodes en technieken die zij vaak gebruiken of als nuttig ervaren. Het zijn voornamelijk psychotherapeuten uit alle stromingen, maar ook een kinesitherapeut ontbreekt niet. In het boek zijn technieken terug te vinden voor uiteenlopende doelgroepen van diverse leeftijden. Meestal hebben ze als doel het proces van de cliënt te stimuleren. Daarnaast wordt er ook aandacht besteed aan de therapeut zelf. Dan doen de oefeningen vooral dienst als vormen van zelfzorg en mentale hygiëne.

Voor je als lezer echter naar het grootste luik van het boek overgaat, wordt je ook wat structuur geboden. De kist is namelijk verrassend vol: er worden exact honderdvijftig verschillende methodieken aangeboden. Om geen enkele techniek te bevoordelen, staan ze alfabetisch geordend. Gericht zoeken zou nogal omslachtig worden, maar de auteurs hebben daar gelukkig aan gedacht. Daarom zijn er tabellen met de verschillende methodieken geordend naar setting, doelgroep en – voor hen die misschien dwepen met bepaalde therapeuten – ook volgens auteur.

… maar wel geordend
De methodieken zelf worden duidelijk beschreven: schematisch en volgens een vast stramien. Zo wordt bij elke oefening het doel, de doelgroep, indicatie, contra-indicatie, setting, duur en benodigd materiaal kort toegelicht. Daarna volgt een uitgebreide beschrijving van de oefening. Aan het einde vind je aanbevolen literatuur of een opmerking van de auteur. Deze structuur kan misschien rigide overkomen, maar hierdoor is het wel gemakkelijk om snel een duidelijk beeld te krijgen van elke oefening.

Aanrader
De technieken zelf zijn vaak interessant, soms ook wel bekend. Dit boek heeft vooral een grote meerwaarde als referentiewerk. Het is leuk om al deze verschillende technieken op een duidelijke en overzichtelijke manier bij de hand te hebben. Het enige minpunt blijft voor mij de lay-out, maar als de schatkist aan een herdruk toekomt, wat zeker het geval zal zijn, is het oppoetsen hiervan maar een kleine moeite. Een aanrader dus, voor ervaren psychotherapeuten op zoek naar inspiratie, maar evengoed voor de beginnende therapeut die zijn horizon wil verbreden.

Meer lezen? De schatkist van de therapeut. Oefeningen en strategieën voor de praktijk, Monica Gundrum, Nele stinckens, Acco Uitgeverij, 2010, ISBN: 9789033479267.