Robbin

Deze app werd ontwikkeld door het Trimbos Instituut en heeft als doel om de mentale fitheid te helpen verhogen van wie met borstkanker wordt geconfronteerd.

– De app biedt verschillende ‘steuntjes’ aan en laat de gebruiker veel keuzevrijheid. Dit is enerzijds positief, maar anderzijds legt het wel veel eindverantwoordelijkheid bij de eindgebruiker om zelf een eigen benadering vorm te geven.
– Het resultaat van je Mood-test opslaan is niet echt handig: de ontwikkelaars raden je namelijk aan om een print screen te nemen. Enkel van de simpele (1 vraag) stemmingsmeter is het mogelijk om de evolutie over tijd bij te houden.

+ De app legt een sterke nadruk op de verschillende beschikbare steuntjes: die worden telkens duidelijk ingeleid en van de nodige instructies voorzien.
+ De Mood-test is gebaseerd op de Center for Epidemiologic Studies Depression (CES-D), een gevalideerde vragenlijst.
+ Er is een sterke sociale component: het is mogelijk om (het voltooien van) elke oefening of een statusupdate te posten op de Moodwall en zo ervaringen of gevoelens met andere gebruikers te delen.

“Robbin hanteert en no-nonsense, maar toch heel doordachte aanpak: de app hanteert de juiste toon en biedt gebruikers een breed scala aan toepassingen aan om gebruikers te ondersteunen.”

Installeer via onderstaande links, of  ga op zoek naar andere apps.

iOS App Store

 

Vinger aan de pols in psychotherapie. Monitoring als therapeutische methodiek.

Een groot aantal psychotherapeuten krijgt de koude rillingen wanneer ze de term ‘evidence-based’, RCTs of (routine) outcome management horen. In een maatschappij die hier echter steeds meer belang aan hecht, ontsnapt ook de psychotherapie niet aan de eisen van kwalitatieve en kosteneffectieve hulp. Deze vraag is natuurlijk terecht: net als voor de rest van de maatschappij is het ook aan de geestelijke gezondheidszorg om met beperkte middelen zo goed mogelijk werk te leveren. Waar men wel over kan discussiëren, is wat men als indicatie moet gebruiken voor kwalitatieve hulp. Meestal is er een exclusieve aandacht voor het eindresultaat en belandt het behandelproces zelf in de marge. Nochtans kan het actief monitoren en bijsturen van een behandeling heel waardevol zijn, vooral bij de patiënten die weinig vooruitgang maken of die niet reageren zoals verwacht op een ‘standaardbehandeling’. Dit boek licht daarom de QIT online toe, een Leuvens monitoringinstrument. Hierbij wordt niet alleen stilgestaan bij monitoring als een onderzoeksmethodiek, maar vooral op de therapeutische toepassing ervan.

Van theorie naar praktijk
Het boek omvat vijf grote delen. In het eerste deel wordt er uitvoerig aandacht besteed aan de theoretische kadering van de QIT online. Deel twee focust eerder op hoe je als therapeut monitoring kan introduceren in je praktijk als techniek om het therapietraject op te volgen en zo nodig bij te sturen. Deel drie toont vervolgens enkele uitgewerkte voorbeelden, ondermeer bij kortdurende ambulante psychotherapie en in relatie- en gezinstherapie. Het vierde deel staat daarna stil bij een aantal specifieke, meer uitdagende contexten voor monitoring, zoals in het kader van groepstraining voor dader van partnergeweld en in een ouderenpsychiatrische setting. Het vijfde en laatste deel staat ten slotte stil bij de ethische en maatschappelijke beschouwingen rond dit alles.

Helder & met een rode draad
Hoewel er meer dan een dozijn auteurs een bijdrage leveren, lijkt iedereen heel goed op elkaar afgestemd. Er is een duidelijke rode draad en het boek leest dan ook erg vlot. De brede theoretische kadering is een goede introductie voor wie weinig achtergrond heeft. Ook voor wie wel al vertrouwd is met instrumenten zoals de OQ-45, WAV-12 of de Change questionnaire is het echter leuk om de heldere toelichtingen door te nemen, gezien goede (Nederlandstalige) literatuur tot op heden schaars was. Verderop in het boek maken de auteurs gebruik van diverse elementen om het leestempo hoog te houden en voldoende variatie te voorzien voor de lezer. Transcripten van gesprekken, foto’s van therapiecontexten, figuren en grafieken, tabellen … het hele gamma passeert de revue. De verschillende casestudies die de toepassing van monitoring  illustreren, maken dat je als lezer echt meegaat in de denkwijze van de auteurs en je concreet kan voorstellen hoe je monitoring in de klinische praktijk kan toepassen.

Een heel aangename verrassing is het laatste deel, de ethische en maatschappij reflecties over monitoring. Wie vooral op zoek is naar praktische informatie, kan misschien geneigd zijn om dit over te slaan wegens ‘niet toegepast’ genoeg. De visies van Walter Krikilion, Peter Rober en Paul Verhaeghe zijn echter enkele van de meest interessante passages in het boek voor wie ook openstaat voor een meer filosofische discussie. Grondig onderbouwd, maar wel behoorlijk polemisch – je hoeft mijns inziens zeker niet met alle argumenten akkoord te gaan – gebruiken de auteurs monitoring als aangrijppunt om een aantal maatschappelijke tendensen inzake kwaliteitsbevordering in de geestelijke gezondheidszorg en psychotherapie in de context van het marktmodel aan de kaak te stellen.

Handleiding en inspiratiebron
Concluderend is dit boek heel interessante lectuur voor wie meer zicht wil krijgen op monitoring in psychotherapie. Natuurlijk is het hele boek wel opgebouwd rond één monitoringsprotocol en word je wel in het duister gelaten over andere initiatieven. Het doel van het boek is dan ook tot op zeker niveau om de lezer de voordelen van monitoring– en meer specifiek die van de QIT online – toe te lichten. Wie hier wat weigerachtig tegenover staat hoeft echter niet te vrezen. De uitgebreide illustraties en ruime duiding maken dat dit boek zeker ook kan helpen in het bijspijkeren van je algemene kennis over monitoring of dat het als inspiratie kan bieden om er gewoon zelf mee aan de slag te gaan.

Meer lezen? Vinger aan de pols in psychotherapie. Monitoring als therapeutische methodiek. Acco Uitgeverij. ISBN  9789033488207.

Dit artikel is ook verschenen in Psychologos. Download het hier in de originele lay-out.